Reglement


Reglement

Home • Studiegids • Schema • Lesrooster • Modules • Reglement


REGLEMENT (14e cyclus, cursus 2016-2019)

 

  1. Doelstellingen

  2. Toelatingsvoorwaarden, vrijstellingen en diploma/getuigschrift

  3. Programma, modulair systeem

  4. Aan- en afwezigheden

  5. De opdrachten

  6. De examens

  7. Evaluatie en eindscriptie

  8. Diploma

  9. De lectorenvergadering

  10. Het pedagogisch college

  11. Samenwerking met de inspectie (pedagogisch-didactische richting)

  12. Samenwerking met de kerk (pastoraal-kerkelijke richting)

1.Doelstellingen

Het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) biedt:

A. Een algemene en theologische basisopleiding voor iedereen die vragen en thema’s over zingeving en geloof wil uitdiepen vanuit een protestants-christelijke invalshoek. De achtergronden van de bijbel worden bestudeerd en er wordt dieper ingegaan op de verschillende perspectieven van de christelijke traditie(s). Naast deze basisvakken zijn er twee praktijkgerichte specialisaties mogelijk:

  1. een pedagogisch-didactische specialisatie: voor iedereen die werkt met kinderen of jongeren in het godsdienstonderwijs (PEGO). Toerusting tot en bezinning op haar/zijn taak als leerkracht wordt hier gecombineerd met een uitgebreid stage-pakket.
  2. [- on hold: een pastoraal-kerkelijke specialisatie: voor iedereen die actief is in de werking van een plaatselijke kerk of een regionaal kerkverband. Toerusting tot en bezinning op een pastorale bediening (al dan niet ambtelijk) wordt gecombineerd met praktijkstages.]

B. Een cursus protestantse theologie voor belangstellenden. Iedereen die dat wenst kan bepaalde vakken of delen ervan kiezen volgens persoonlijke interesse, behoefte of motivatie.


2. Toelatingsvoorwaarden, vrijstellingen en diploma/getuigschrift

Het getuigschrift secundair onderwijs of een gelijkgesteld getuigschrift is vereist voor diegenen die zich als regulier student willen inschrijven met het oog op het behalen van een diploma. Studenten die aan deze voorwaarde niet voldoen kunnen zich enkel inschrijven als vrij student en ontvangen na het succesvol afronden van de studie een 'getuigschrift' in plaats van het diploma. Desgewenst kunnen zij een toelatingsproef afleggen waarvan de inhoud wordt bepaald door het pedagogisch college. Bij een gunstig resultaat kunnen zij alsnog ingeschreven worden als regulier student en het diploma behalen. Studenten die reeds een pedagogisch of theologisch diploma bezitten, kunnen voor bepaalde vakken vrijstelling aanvragen. Dit gebeurt in overleg met de betrokken lectoren en wordt beslist in het pedagogisch college. Het diploma wordt behaald als de student alle modules van het programma (algemeen en pedagogisch-didactisch deel) heeft afgerond en zijn eindscriptie met succes heeft verdedigd. (zie onder voor meer détails). Het diploma dat wordt uitgereikt is het 'diploma voor het protestants godsdienstonderricht in de lagere graad'. Dit diploma is erkend door het ministerie van onderwijs (29/9/1990, besluit Vlaamse regering) en geldt als een vereist bekwaamheidsbewijs voor het lager onderwijs en een voldoende geacht voor het Lager Secundair Onderwijs [Indien men de pastoraal-kerkelijke richting heeft gevolgd, verkrijgt men een getuigschrift basisopleiding theologie en kerkelijk werk (erkend bij schrijven van de voorzitter van de Synodale Raad der V.P.K.B, d.d. 26 februari 2004).]


3. Programma, modulair systeem

De leerstof (vakken, opdrachten, stages) is gespreid over 3 jaar: het A-, B- en C-jaar. Het programma omvat een basispakket van algemene en theologische vakken waarnaast gekozen kan worden uit een pedagogisch-didactische en een pastoraal-kerkelijke richting, waarbij telkens een uitgebreide kennismaking met de praktijk is ingebouwd (stages, opdrachten). De lessen hebben plaats op woensdagmiddag van 14u tot 18u in Brussel. De stages gaan door tijdens de lesuren op verschillende plaatsen. Er zijn 25 lesweken, van oktober tot mei, gevolgd door 8 taak/examenweken. Gedétailleerde informatie is te vinden in de studiegids

De totale leerstof is over 3 jaar gespreid maar is ondergebracht in modules die niet per se binnen die periode of in de aangeboden volgorde dienen te worden gevolgd. Per module wordt een afgebakend stuk kennis of een aantal welbepaalde vaardigheden bijgebracht en beoordeeld. Voor alle vakken uit het algemene deel geldt dat elke module eender wanneer gevolgd kan worden.  Dit betekent dat de studenten een persoonlijk programma, gespreid over verschillende jaren, kunnen samenstellen. Dit programma wordt ter goedkeuring aan het pedagogisch college voorgelegd. Aan het eind van elk lesjaar kan de eindscriptie worden verdedigd, op voorwaarde dat de daarmee verbonden hoofdvakken met goed gevolg zijn afgelegd en er voldoende vordering is in de praktijkvakken (ter beoordeling door het pedagogisch college). Voor de praktijkvakken en de daarbijbehorende lesstof dienen de modules sequentieel te worden gevolgd. De observatiestage - lesstage - eindstage dienen in deze volgorde te worden afgewerkt. Indien studenten in het B-jaar instromen, wordt ernaar gestreefd om een aangepaste regeling uit te werken in verband met de stages en de vakken didactiek/pastoraat. Studenten die in het C-jaar instromen, sluiten aan bij het daaropvolgende A-jaar. Het afwerken van een module wordt bevestigd op de lectorenvergadering en vastgelegd in een jaarlijks overzichtsrapport. Het diploma wordt behaald als de student alle modules van het programma heeft afgerond en zijn eindscriptie met succes heeft verdedigd (zie het punt 'examens' en 'eindevaluatie').  

De maximumduur van de totale studie is vastgelegd op 9 jaar. Studenten kunnen elk jaar instromen. Aan alle vakken, stages en de eindscriptie zijn studiepunten ECTS toegekend (zie studiegids). Als de studenten voldoende resultaat halen op alle onderdelen, incl. eindscriptie bedraagt het totale aantal ECTS punten 90 en ontvangen zij het diploma. Met dit diploma kunnen studenten – mits het volgen van enkele schakelmodules - instromen aan de Faculteit voor Protestantse Theologie, op het niveau BAC2.

Het inschrijvingsgeld bedraagt 300 euro per cursusjaar (alle vakken) of 15 euro per lesmiddag in het modulair systeem. Rekeningnummer HIPGO: 001-3155574-46.

4. Aan- en afwezigheden

Tijdens de lessen is aanwezigheid vereist. De studenten tekenen de aanwezigheidslijst.
Indien een student afwezig is, wordt de lector vooraf verwittigd en de afwezigheid met een doktersbriefje gewettigd. De student bespreekt met de betrokken lector het inhalen van de gemiste lessen.


5. De opdrachten

A-jaar: examens/taken die in de studiegids worden vermeld & Observatiestage

B-jaar: examens/taken die in de studiegids worden vermeld & Lesstage, resp. pastoraal-kerkelijke stage

C-jaar: examens/taken die in de studiegids worden vermeld & Eindstage met proefles. Verdediging eindscriptie.


6. De examens

Alle examens dienen afgelegd te worden met voldoende resultaat.

Onder voldoende resultaat wordt begrepen:
50% voor de theoretische vakken
60% voor de scripties en stages.

Bij een onvoldoende resultaat is er een herkansing of wordt een bijkomende taak opgelegd. Deliberatie gebeurt door het pedagogisch college. De studenten kunnen op basis van gegronde redenen uitstel van examen aanvragen. Het pedagogisch college zal deze vraag behandelen. De resultaten worden vermeld op het jaarlijkse rapport.

7. Evaluatie en eindscriptie

Na de eerste 2 jaren wordt door het pedagogisch college in samenspraak met de inspectie/bevoegde kerkelijke commissie een tussentijdse evaluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstig leerkracht/kerkelijk medewerker opgemaakt. Deze evaluatie gebeurt op basis van de taken, examens, stages en inspectiebezoeken. Eventuele bijsturingen zijn op dat moment mogelijk. Indien wordt vastgesteld dat de student niet voldoet, wordt dit ook aan de inspectie/kerkelijke commissie meegedeeld. Voor studenten die een langjarig traject bewandelen wordt door het pedagogisch college zelf bepaald wanneer de tussentijdse evaluatie dient te geschieden.

De cursus wordt afgesloten met de indiening en verdediging van een theologische scriptie met een pedagogisch-didactische, resp. pastoraal-kerkelijke toepassing. Middels deze scriptie toont de student aan dat hij/zij de geleerde stof heeft verwerkt en dat hij het geleerde ook kan toepassen in de praktijk. Studenten die niet in het C-jaar de opleiding beëindigen, kunnen aan de scriptie beginnen na het behalen van de daarmee verbonden hoofdvakken, en voldoende vordering in de praktische vakken. Dit laatste ter beoordeling van de lector verantwoordelijk voor het gekozen hoofdvak. Het onderwerp voor de scriptie is verbonden met één van de bijbelse hoofdvakken (OT, NT). Een ander vak - of een combinatie van vakken - mag enkel gekozen worden als de betrokken docent en het pedagogisch college hiervoor hun toestemming verlenen. Voor de kerstvakantie dienen de studenten een uitgebreid schema in. De scriptie verdedigen zij in juni voor een examenjury. De inspectie/bevoegde kerkelijke commissie kan eveneens gevraagd worden een beoordeling van de lessen, resp. het pastorale werk, te geven. Voor de verdediging van de eindscriptie is er een herkansing mogelijk in september van hetzelfde jaar.

8. Diploma

Het diploma wordt toegekend als de student met voldoende resultaat alle modules heeft behaald, en de eineindscriptie met succes heeft verdedigd.

9. De lectorenvergadering

De lectoren komen jaarlijks in juni samen om de vordering van de studenten en de verslagen van het pedagogisch college te bespreken. Mogelijke vragen en voorstellen kunnen steeds aan het pedagogisch college voorgesteld worden. De lectoren maken deel uit van de algemene vergadering.

10. Het pedagogisch college

Het pedagogisch college of raad van bestuur bestaat uit de lectoren van de hoofdvakken, de verantwoordelijken van de twee richtingen, eventueel ondersteund door adviseurs met een raadgevende stem. Voor de didactische en kerkelijke richting worden telkens 2 verantwoordelijken aangeduid, die het goede verloop, de organisatie en beoordeling van de specifieke vakken en de praktische stages volgen. Het pedagogisch college waakt over het doel en kwaliteit van het HIPGO en bespreekt verder alle vragen, voorstellen en problemen, die zich voordoen. 

11. Samenwerking met de inspectie (pedagogisch-didactische richting)

Indien de studenten reeds lesgeven zal de inspectie geraadpleegd worden in verband met de evaluatie van de lessen. Na de eerste 2 jaren wordt samen met de inspectie en het pedagogisch college een tussentijdse evaluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstige leerkracht opgemaakt. Indien wordt vastgesteld dat de student niet voldoet, wordt dit ook aan de het comité PEGO meegedeeld. Bij de eindevaluatie kan de inspectie betrokken worden indien het pedagogisch college dit wenselijk acht. 

12. Samenwerking met de kerk (pastoraal-kerkelijke richting)

Indien de studenten actief zijn in een kerkelijke bediening zal de bevoegde kerkelijke de commissie hierover geïnformeerd worden. Na de eerste 2 jaren wordt samen met de commissie en het pedagogisch college een tussentijdse evaluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstig kerkelijk werker opgemaakt. Indien wordt vastgesteld dat de student niet voldoet, wordt dit ook aan de bevoegde kerkelijke overheid meegedeeld. Bij de eindevaluatie wordt de bevoegde kerkelijke commissie betrokken.

Last modified: 06/28/16 

HIPGO-vcgo vzw, Gen. De Ceuninckstraat 65, 2800 Mechelen