Home • Studiegids • Schema • Lesrooster • Reglement

 


 

Studiegids

 

THEOLOGIE (algemeen vormend deel)

  1.1. Oude Testament.

 1.2. Nieuwe Testament

 1.3 Judaïca

 2.1. Kerkgeschiedenis

 2.2. Geloofsleer

 3.1. Levensbeschouwelijke oriëntatie

 3.2. Maatschappelijke oriëntatie

 4.1. Filosofie

 4.2. Ethiek

 4.3. Hermeneutiek

 

ONDERWIJS (Pegospecifieke aanvulling bij elders gevolgde lerarenopleiding)

 5.1. Protestantse godsdienstpedagogiek

 5.2. Muzische Vorming

 5.3. Stage

 

1. BIJBEL

 

1.1. Oude Testament Philippe Beukenhorst

 a. Leerdoelen.
Inzicht verwerven in de ‘eigen’ structuur van het Oude Testament (Tenach = Tora – Nevi’im – Ketubim) en in de blijvende boodschap van het Oude Testament voor mensen vandaag.

 b. Inhoud.
Met de volgende onderwerpen aangaande het Oude Testament wordt kennisgemaakt:
- Een overzicht van de inhoud van de oudtestamentische boeken met een analyse van enkele markante hoofdstukken.
- De verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament.
- De achtergrond van de canon van het Oude Testament.
- Een kennismaking met het Hebreeuws.
- Het eigen karakter van de ‘geschiedenis’ en de ‘aardrijkskunde’ van Israël.
- Het wetenschappelijk onderzoek van het Oude Testament.
- Het aanleren van enkele liederen.
 
c. Didactische werkwijze.
Hoor- en discussiecollege.

d. Leermiddelen.

HIPGO-cursus OT van de lector, samengesteld uit divers materiaal (boeken, tijdschriften, eigen geschreven materiaal) en de bijbel. L

iteratuurlijst:

R.C. Musaph-Andriese, Wat na de Tora kwam: Rabbijnse literatuur van Tora tot Kabbala, Ten Have, Baarn.

M.G.C. Vervenne & H. Jagersma, Inleiding in het Oude Testament: deel 1-3, Kok, Kampen.

 

e. Evaluatie.

Na ieder jaar schriftelijk of mondeling examen over de leerstof.

  

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-B-C jaar: 9 woensdagen

 

8

 


 

1.2. Nieuwe Testament      Daniel De Waele

 

a. Leerdoelen.

Inzicht verwerven in de wijze waarop de geschriften van het Nieuwe Testament gegroeid zijn rondom de persoon en boodschap van Jezus Christus en dit tegen de politieke, sociale en religieuze achtergrond van die tijd.
 
b. Inhoud.
- Geschiedenis: de Perzische, hellenistische en Romeinse periode.
- Religieus en sociaal leven in Palestina en in de Grieks-Romeinse wereld.
- Ontstaan en groei van de nieuwtestamentische geschriften en canon.
- Overzicht van de nieuwtestamentische boeken.
- Boodschap en leven van Jezus zoals dat door de evangelisten en Paulus wordt verkondigd.
- Zoektocht naar de historische Jezus (kindheidsverhalen, zending, houding t.o.v. de joodse wet, Jezus als Messias).

c. Didactische werkwijze.
Hoor- en discussiecollege.
 
d. Leermiddelen.
- Bijbel
- HIPGO-cursussen NT: De wereld van het Nieuwe Testament, De geschriften van het Nieuwe Testament, Jezus de Messias.
- ‘Geschiedenis van Israël, deel II’, H. Jagersma, Kok, Kampen.
- ‘Social Aspects of Early Christianity’, A.J. Malherbe, Philadelphia.
 
f. Evaluatie.
Na elk cursusjaar een schriftelijk examen of taak over de leerstof.

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-B-C jaar: 9 woensdagen

 

 8

 

 

1.3 Judaïca       Danny Rouges

 

 

Leerdoelen.

Algemeen: de eigen geschiedenis van het jodendom, van vroeger tot nu is ook voor christenen belangrijk omdat de christelijke kerken zich in de geschiedenis probeerden te definiëren door zich af te zetten tegen het Jodendom. Meer dan ooit – o.a. door het vandaag ter beschikking staan van eigen Joods materiaal in literatuur en websites - komt het Jodendom zelf in het zicht. Deze kennismaking kan ons ook helpen om ook zelf dieper te graven.

leerdoelen: De studenten oriënteren zich in de geschiedenis van het Jodendom.

De studenten maken kennis met de waarden die het jodendom zichzelf heeft eigen gemaakt in de lange bewogen geschiedenis, waarin men ondanks alles trouw aan de bijbel wilde blijven.

De studenten bevragen het eigen christelijk geloven door zich te laten toetsen door een andere manier van omgaan met de bijbel.

 

a. Inhoud.

Volgende onderwerpen komen aan bod:

In het A-jaar:

- De politieke geschiedenis van de bijbel.

- Hoe groeit het jodendom?

- De groepen in het jodendom.

- De praktische regeling van het jodendom in België.

- Kennisname van de bibliografie.

- De eigenheid van het Hebreeuws.

In het B-jaar :

- Het liturgisch jaar met de kalender van feest- en treurdagen.

- Een leven trouw aan de thora.

 

b. Didactische werkwijze.

Hoorcollege met mogelijkheid tot gesprek over het thema. Bezoek in het A-jaar aan een synagoge, met uitleg van de rol in de geschiedenis, de functie en de symboliek van het gebouw, met nabespreking.

 

c. Leermiddelen.

In het A-jaar:

HIPGO-cursus en K.A.D. Smelik: ‘Herleefde Tijd. Een joodse geschiedenis’, Acco, Leuven, 2004.

In het B-jaar:

A. van der Heide: Het Jodendom, Kok, Kampen, 20053

W. Zuidema: ‘Gods Partner’, Ten Have, Baarn, 19926.

S. Brachfeld: ‘Onze joodse buren’, Houtekiet, Antwerpen, 2000.

 

 

d. Evaluatie.

A-jaar: een mondeling examen over de cursus en het boek van prof. Smelik, met evaluatie van een eigen derde bron van informatie.

B-jaar: een mondeling examen over de inhoud van de boeken van dr. Zuidema en dr. van der Heide en over de besproken thema’s.

 

Contacturen

 

 Studiepunten

A-jaar: 2 woensdagen
B-jaar: 3 woensdagen

 

 5

 

 

2. KERK


 

2.1. Kerkgeschiedenis    Dick Wursten

 

a. Leerdoelen.

 

b. Inhoud.

De geschiedenis van het christendom. Hoofdlijnen nodig als kapstok. Echter: niet data en feiten, maar het gebeuren en hoe het doorwerkt, vormt de inhoud. Geschiedenis klinkt als 'verleden tijd', maar is een eigentijdse 'narratieve constructie', met een sterke identitaire en ideologische ondertoon.

De drie grote periodes worden behandeld:

- de Latijnse periode of de geschiedenis tot aan de Reformatie (A-jaar),
- de Reformatie: het ontvoogdingsproces van de 16e eeuw waarin de kerk haar plaats heeft (B-jaar)
- het Protestantisme in onze streken. (A-en B-jaar)
 

c. Didactische werkwijze.

Hoorcollege, onderwijsleergesprek, opdrachten en discussie.

 

d. Leermiddelen.

De cursus is een inleiding op wat er in talloze boeken en publicaties te vinden is en bevat op zich geen nieuws. Wel wordt de student zo geinformeerd dat hij in het vele materiaal op verantwoorde wijze zijn weg kan vinden en ook kaf van koren kan onderscheiden. Enkele bronnen:

Tim Dowley, Handboek van de kerkgeschiedenis (vele edities, ook Engels)

O.J. de Jong, Kerkgeschiedenis

O.J. de Jong, Nederlandse kerkgeschiedenis 

Voor Luther: https://luther.wursten.be

G. Blokland, Geloof alleen! Protestanten in België: een verhaal van 500 jaar (Garant uitg. 2016 - herdruk 2017)

 

 

e. Evaluatie.

A jaar: taak. De student kiest zelf een onderwerp (persoon) uit de geziene stof en schrijft hierover een werkstuk.
B jaar: examen over Luther (cursus) en de Belgische kerkgeschiedenis (capita selecta uit G. Blokland, Geloof alleen! hoofdstuk 11-16, pp. 189-275).

 

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-B jaar: 4 woensdagen

 

 4

 


 

2.2. Geloofsleer   Eddy Van der Borght

 

a. Leerdoelen.

Inzicht verwerven in de belangrijkste thema’s van de christelijke geloofstraditie die, op basis van de bijbelse verkondiging, vorm gekregen hebben binnen de protestants-christelijke traditie.

 

b. Inhoud.

De volgende vragen staan hierbij centraal:

 

- Wie of wat bedoelen we als we over ‘God’ spreken?
- Wat zeggen we in feite als we God ‘Schepper’ noemen?
- Waarom belijdt de christelijke kerk dat Jezus van Nazareth de ‘Zoon van God’ is ?
- Wat is de betekenis van de Heilige Geest?
- Wat is het belang van de christelijke geloofsgemeenschap?
- Wat is de inhoud van de christelijke leer over ‘ de laatste dingen’?
- Wat bedoelen we als we de bijbel ‘het Woord van God’ noemen?

 

c. Didactische werkwijze.

Als voorbereiding opgegeven delen lezen die tijdens de colleges besproken worden.

 

d. Leermiddelen.

‘Christelijke Theologie. Een introductie’, Alister McGrath, Kampen (Kok), 1997, 2de druk of later. ISBN 90 242 7803 1.

‘Christelijk geloof’, Dr. H. Berkhof, Callenbach, Nijkerk. [G. van den Brink en C. van der Kooi, 'Christelijke dogmatiek: een inleiding' (Zoetermeer: Boekencentrum, 2012) - capita selecta] 

 

e. Evaluatie.

Deel 1: een mondeling openboek examen.

Deel 2: een scriptie op basis van een vergelijking van een bijbelgedeelte in diverse kinderbijbels.

 

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-B jaar: 4 woensdagen

 

 4

 

 

RELIGIE / SAMENLEVING

 

3.1 Levensbeschouwelijke oriëntatie

SAMENVOEGING (uit te klaren)
(elementen van wereldchristendom, godsdienstwetenschappen en godsdienstfilosofische vragen

 

Wereldchristendom (per 2017 ingevoerd als nieuw vak. Gastdocenten); wereldchristendom

a. leerdoelen

Inzicht verwerven in manifestaties van het christendom in Afrika, Zuid-Amerika en Azië.

Verstaan hoe theologische ontwerpen verbonden zijn met cultuur en sociaal-maatschappelijke contexten

Kunnen omgaan met diversiteit binnen het christendom in het algemeen en het protestantisme in het bijzonder.

 

b. inhoud/achtergrond

De huidige groei van het christendom vindt met name plaats buiten Europa (in Afrika, Azië en Latijns Amerika). Steeds nadrukkelijker bepalen dus niet Westerse vormen van Christendom het beeld van het christendom, ook in België. Eerst wordt de algemene kennis over de geschiedenis en de diversiteit van het wereldwijde christendom aangebracht/verdiept aan de hand van thema's, zoals bekering, inculturatie, hybriditeit/syncretisme, postkolonialisme en globalisering. Aan bod komen orthodoxe (Oosters/Oriëntaals), katholieke, protestantse en evangelische/pentecostaalse varianten van het Wereldwijd christendom.

 

c. Methode:

onderwijsleergesprek, groepsdiscussies, tekstlezing, internetonderzoek, case-studies... (presentatie door studenten?)

 

d. Evaluatie:
- deelname aan de colleges, discussies en opdrachten (60%).
- scriptie over case studie (40%).

 

Religies en levensbeschouwingen  Jart Voortman

a. leerdoelen
Kennismaking met andere levensbeschouwingen in hun uitgangspunten en diversiteit.
De bedoeling is dat de studenten kunnen invoelen waarom mensen andere keuzes maken dan de protestants-evangelische.
 
b. inhoud
De plaats van levensbeschouwing in de samenleving tegen de achtergrond van de gezamenlijke projecten in het kader van de interlevensbeschouwelijke competenties (ILCs).
 
1. Bespreking atheïsme en secularisatie. Dit onderwerp sluit aan bij de richting NCZ
Verschillende vormen van atheïsme worden besproken.
Overzicht van thema’s in de discussie tussen theïsten en atheïsten etc.
2. De islam.
Analyse van de wijze waarop in de Koran met de Bijbel wordt omgegaan.
Beschrijving van de mate waarin de veroveringen van de Islam gewelddadig waren in de tijd van Mohammed en erna.
Een moslimdeskundige wordt in de gelegenheid gesteld een reactie te geven.
 
c. didactische werkwijze
Toelichting op het aangeboden lesmateriaal, uitwisseling en opdrachten in kleine groepen, vertoning van een documentaire, debat.
 
d. leermiddelen
HIPGO-cursussen
- interlevensbeschouwelijke competenties
- atheïsme en secularisatie
- Islam
 
e. evaluatie
deelname aan de colleges.
Bij het onderwerp Islam (C-jaar) wordt gevraagd een samenvatting te maken en op bepaalde punten een eigen visie te schrijven. 


   

 Contacturen

 Studiepunten

B-C-jaar 5 woensdagen

5

 

 

3.2. Maatschappelijke oriëntatie      Jart Voortman

 

a. leerdoelen
De studenten beseffen dat maatschappelijke thema’s een onderdeel zijn van de ethische bewustwording bij hun leerlingen.
 
b. inhoud
Oorsprong van de moderne 'westerse waarden'. Invloed van christelijk geloof, de Verlichting?
De rol van de kerk in de samenleving in de 19e eeuw.
De rol van de kerk in de samenleving in de 20e eeuw: Karl Barth, Dietrich Bonhoeffer.
Vragen en dilemma’s bij christelijke politiek.
Op zoek naar een algemeen begrip van goed en kwaad
 
c. didactische werkwijze
Onderwijs leergesprek, bespreking van casussen en leesteksten in groepsverband, toelichting materiaal en discussie.
 
d. leermiddel
- HIPGO-cursus De christen in de maatschappij
 
e. evaluatie
- deelname aan het college
- maken van een samenvatting aangevuld met een uitgewerkte opinie

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-jaar: 1 woensdag

 

1

 

 

ALGEMEEN

 

4.1. Filosofie      Dick Wursten

 

a. Leerdoelen.

Kennismaken met de filosofie (geschiedenis, vragen)) en oefenen in filosoferen.

 

b. Inhoud.

Kennismaking:

- Een algemene inleiding: ‘wat is filosofie?’ en ‘waartoe dient filosofie?’

- Geschiedenis van het ontstaan van de filosofische vraag en de ontwikkeling ervan tot aan Socrates.

Oefenen:

- Schematisch overzicht van de ‘vragen’ die in de filosofie aan de orde komen en de verschillende wijzen waarop deze behandeld werden en worden.

- Samen lezen en bespreken van enkele korte filosofische/ethische teksten.

 

c. Didactische werkwijze.

Hoorcollege, leergesprek, gezamenlijke tekstlezing en groepsgesprek.

 

d. Leermiddelen.

Gekopieerde overzichten en filosofische teksten.

‘Geschiedenis van d filosofie’, H.J.Störig (2delen, Prisma).

‘Beknopte geschiedenis van de wijsbegeerte’, B. Delfgaauw & F. van Peperstraten.

‘De wereld van Sofie’, J.Gaarder, Antwerpen, 1994.

 

e. Evaluatie.

Taak: samenvatting van een gelezen boek - Klassieke filosofie (A-jaar).
Mondeling examen
in het B-Jaar over de leerstof en ‘Over nut en nadeel van het denken voor het leven’, Konrad Paul Liessmann, Lemniscaat 1999.

  

  

 Contacturen

 

 Studiepunten

 2 woensdagen

 

 2

 


 

4.2. Ethiek Ernst Veen

 

a. Leerdoelen.

Kennismaken met de christelijke ethiek (is ‘dienen’ het proprium van bijbelse/christelijke ethiek?)

Kunnen onderscheiden tussen meta-ethiek, normatieve en praktische ethiek.

Kennis verwerven van het ethisch vocabulaire (waarde en norm, neiging en plicht, imperatief en wet, zijn en moeten e.d.).

Inzicht verkrijgen in verschillende ethische benaderingen, zoals utilisme en postmodernisme.

 

b. Inhoud.

Inhoudelijk worden de doelstellingen verwezenlijkt aan de hand van:

- werk van Dietrich Bonhoeffer,

- gerechtigheid als casus (de bijbel over gerechtigheid en gerechtigheid volgens het neoliberalisme),

- ‘Europa’: economisch continent of nieuwe waardengemeenschap in de maak?

 

c. Didactische werkwijze.

De lector geeft steeds een (korte) introductie, leest teksten met de studenten, behandelt een casus (bijvoorbeeld uit de gezondheidszorg) en leidt de discussie.

 

d. Leermiddelen.

Teksten uit bijbel, boek, artikel, video, bord, werkoefeningen en ervaringen van de studenten.

‘De Bergrede. Steunpunt van de vrijheid’, M. den Dulk, Meinema, Zoermeer, 2001.

‘Christelijke ethiek. Een inleiding met sleutelteksten’, G.G. de Kruijf, Meinema, Zoetermeer, 1999.

‘Odyssee van de vrijheid. Ethiek voorbij de tweespalt’, Jurjen Wiersma, Damon, Budel, 2001.

‘Goede machten. Ethiek in een boze en broze wereld’, Jurjen Wiersma, Damon, Budel, 2004.

Een wiel dat draait. Ethiek en identiteits(her)vorming, Jurjen Wiersma, Skandalon, Vught 2007.

 

e. Evaluatie.

1° Een persoonlijk verslag door elke student over de leerroute die werd afgelegd.

2° De student krijgt een casus mee en de opdracht om deze ethisch te belichten, waarna bespreking volgt in de groep.

 

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

B-jaar: 1 woensdag
C-jaar: 2 woensdagen

 

3

 

4.3. Hermeneutiek  Dick Wursten

 

 

a. Leerdoelen.

De studenten ontdekken dat van de woorden van een zin naar de zin van de woorden een lange weg loopt, waarop allerlei historische, levensbeschouwelijke en persoonlijke factoren een rol spelen
De studenten leren algemene hermeneutische inzichten toepassen op de lezing, interpretatie en gebruik van bijbelverhalen .
De studenten beheersen diverse lees-wijzen en interpretatiemodellen van de Bijbel .
De studenten worden zich bewust dat een zorgvuldige omgang met de bijbel in de lessen PEGO noodzakelijk is.

 

b. Inhoud.

- Overzicht van de oudkerkelijke en reformatorische opvattingen over de verschillende niveau’s van de uitleg van een geïnspireerde tekst.

- Duiden hoe de boodschap (betekenis, waarheid) van een tekst mede bepaald wordt door de historische omstandigheid waarin de uitleg van een tekst plaatsvindt.

- Inzicht in de basisinzichten van de hermeneutiek als mens-wetenschap (Dithey, Gadamer)

 

c. Didactische werkwijze.

Hoorcollege, leergesprek, gezamenlijke tekstlezing, voorbeelden bespreken en groepsgesprek.

 

d. Leermiddelen.

HIPGO-cursus (teksten uit verschillende bronnen en de bijbel).

Hermeneutisch overzicht: ‘Sleutel en slot’, H.W. De Knijff, Kok-Kampen 1980.

‘Woorden tegen willekeur’, H.W.De Knijff, Kok-Kampen, 1989.

‘Einführung in die Hermeneutik’, E.Seiffert, Tübingen, 1992.

 

e. Evaluatie.

A-jaar: taak
C-jaar: Mondeling examen over opgegeven leerstof (cursus).

 

 

 

 Contacturen

 

 Studiepunten

A-C jaar: 3 woensdagen

 

 3

 

 

 

5.1. Leerplan PEGO en Protestantse Godsdienstpedagogiek    Dick Wursten

 

a. Leerdoelen:
1. de studenten kennen de godsdienstpedagogische visie van het leerplan PEGO en kunnen deze plaatsen tegen de achtergrond van algemene (godsdienst-)pedagogische opvattingen.
2. De studenten kennen hun rol als leerkracht PEGO binnen de context van het officiële onderwijs.

 

b. Inhouden
Aan bod komen:

  • Leerplan PEGO Geloofsopvoeding.

  • Pedagogisch project van het officiële onderwijs

  • Verschillende opvattingen over levensbeschouwelijk onderwijs Teaching about/from/into religion

  • Interlevensbeschouwelijk onderwijs

  • Specifieke deontologie PEGO

c. leermiddelen

‘Zin in leven. Godsdienstdidactiek voor het lager onderwijs’, J.Bulckens & B.Roebben, Acco, Leuven, 2001.

'Godsdienstpedagogiek, Dimensies en spanningsvelden ', E.T. Alii (Meinema, Zoetermeer, 2009)

 

d. evaluatie. taak: samenvatting en bespreking van een hoofdstuk (casus) uit Alii, Godsdienstpedagogiek (of iets dergelijks)

 

 

 Contacturen

 

1 woensdag

 

 

 

5.2. Muzische Vorming Erna Modders (evt. gastlectoren)

 

UPDATE NODIG ivm nieuwe cyclusopbouw

 

a. Leerdoelen.

De studenten ontdekken een gevarieerd aanbod dat de leerlingen blijvend nieuwe dingen binnen de lessen PEGO laat ontdekken en hen aanzet te genieten van hun muzisch handelen waardoor hun expressiemogelijkheden verruimen.

Deze werkwijze voegt een meerwaarde toe aan de leerplannen PEGO.

 

b. Inhoud.

Conform de eindtermen Muzische Vorming, voorgeschreven door het Gemeenschapsonderwijs, worden voor elk deelgebied toepasselijke doelen geïnventariseerd en bruikbare toepassingen ontwikkeld.

Beeld: bijbelse beeldvorming in kunstgeschiedenis, kinderbijbels, contact met visuele en tactiele voorstellingen in de kunst.

Muziek: de functie van het lied in de godsdienstles en de bijbel, kennismaking met psalmen, liturgie en joodse muziek.

Drama: muzisch taalgebruik via poëzie, verhaal, bibliodrama, poppenspel.

Beweging: mime, kinderdans, volksdans.

Media: audiovisuele infoverwerking, computer als hulp bij opzoekwerk en verwerkingsmiddel.

 

c. Didactische werkwijze.

Naast een theoretische benadering wordt vooral gewerkt met toepassingen die bruikbaar zijn binnen de leerplannen PEGO voor het lager en het secundair onderwijs.

 

d. Leermiddelen.

HIPGO-cursus en de leerplannen PEGO.

‘De grote mens en het kleine boek’, J.L. Klink, Callenbach, Nijkerk.

‘De Nootzaak’, werkbladen, info@nootzaak.be.

N.Z.V info@nzv.nl.

 

e. Evaluatie.

Bij elk deelgebied wordt een praktische opdracht opgegeven die wordt uitgewerkt, met documentatie en materiaal aangevuld, en in de lespraktijk (lesvoorbereidingen en stageopdrachten) uitgeprobeerd/geëvalueerd.

 

f. Literatuurlijst

Willem van der Meiden, Zoo heerlijk eenvoudig. Geschiedenis van de kinderbijbel.

Hanna van Dorsen, En dat is zeven. 7 manieren om de bijbel te vertellen (NZV)

Drs. A.B. Lam, Het gegeven woord. (verouderd, maar toch nog even doorgelezen als naslagwerk)

Huub Gerits, Chagall vertaa(e)lt de Bijbel in kleur.

Chagall et la Bilble. Musée d’art et d’histoire du Judaisme. Chagall, Jacob Baal-Teshuva.  

 

 

 

 

 Contacturen

   

2 woensdagen

   


 

5.3. Stages (vanaf 2019 in samenwerking met externe partners)

 

a. Leerdoelen.

De studenten ontdekken inzicht in en verwerven vaardigheden bij het lesgeven en functioneren als leerkracht PEGO, bij de verschillende aspecten van het beroep leerkracht, zowel tijdens de onderwijsleerpraktijk van de lessen PEGO als binnen het kader van de school waar men lesgeeft, en binnen het kader van lesgeven in verschillende scholen.

 

[vervalt] b. Stages.

A-jaar: Observatiestage: observatieverslagen en stageboek,

 Lesstage: lesvoorbereidingen en stageboek,

 Een bezoek aan school of instelling.

 

B-jaar: Lesstage: lesvoorbereidingen en stageboek,

 Proeflessen bij stagementor met eventueel bijsturende evaluatie.

 

C-jaar: Een training: in andere instelling te volgen,

Lesstage + examenlessen: lesvoorbereidingen en stageboek.

 

c. Evaluatie.

Voor het algemene vakdeel oordeelt de partner, het PEGO-specifieke wordt door HIPGO gedaan.

   

 

 

 

 

HIPGO-vcgo vzw, Gen. De Ceuninckstraat 65, 2800 Mechelen